Mennink's Belastingadvies

  Euro
 
 

NIEUWSBRIEF

 

Nieuws over belastingheffing is er ook in deze soms nare en verwarrende tijden volop. De overheid kan met de belastingheffing zowel ondersteuning bieden als geld ophalen voor de bekostiging van alle maatregelen. Eén van deze maatregelen, de Tegemoetkoming Vaste Lasten voor ondernemers wordt in deze nieuwsbrief besproken. Daarnaast heeft de grotere vrijstelling over het belaste vermogen van box 3 nieuwswaarde. Ook met de actualiteit rond de verhuur van de eigen woning komt de inkomstenbelasting weer prominent in beeld. En niet te vergeten spelen ook de overdrachtsbelasting en de BTW nog een rol in deze editie.  

Tegemoetkoming Vaste Lasten    

Zoals de meeste ondernemers weten springt de overheid flink bij om de financiële gevolgen van de coronacrisis draaglijker te maken. Meest in het oog springt de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) die massale ontslagen tot dusverre voorkomen heeft. Een iets minder bekende regeling is de Tegemoetkoming Vaste Lasten, de opvolger van de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS).  

In veel sectoren moesten in maart halsoverkop de deuren op slot. Ondernemers zagen een groot deel van hun omzet verdampen, terwijl de kosten nog wel doorliepen, denk aan huur, verzekeringspremies en abonnementen. In eerste instantie is een vrij grove regeling in het leven geroepen waarbij ondernemers eenmalig € 4.000 konden krijgen ter bestrijding van de kosten. Als aanvullende bonus was deze gift ook belastingvrij gemaakt.

 

  WINKELGROOT.JPG

  De noodpakketten bieden getroffen ondernemers hulp om rond te komen. Op de foto winkeltje in Openluchtmuseum het Hoogeland in Warffum (Groningen).

 

Per 30 juni is de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) gelanceerd. Deze regeling is niet gekoppeld aan een standaardbedrag, maar probeert meer maatwerk te leveren. De TVL heeft betrekking op de maanden juli tot en met september en kan tot en met 30 oktober bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl) worden aangevraagd. Voorwaarde is dat de onderneming 30% of meer omzetverlies heeft geleden vergeleken met de periode juni tot en met september in 2019 en dat er ten minste € 4.000 aan vaste kosten zijn in deze periode. Uiteindelijk zou 50% van de vaste lasten gecompenseerd moeten worden met een minimum van € 1.000 en een maximum van € 50.000.    

Een belangrijke voorwaarde is dat de onderneming is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en een juiste zogenaamde SBI-code heeft. Deze code geeft aan in welke sector het bedrijf actief is. Voor café’s bijvoorbeeld wordt een aandeel vaste lasten van 25% verondersteld en voor hotels 40%. Een hotel met een omzetdaling van 50% met een overblijvende omzet van 100.000 euro in de peilperiode kan dan een tegemoetkoming krijgen van € 20.000.  

Inmiddels is bekend dat deze regeling met 3 x 3 maanden verlengd wordt, waarbij de voorwaarden wel strenger worden. Naast het aanvragen van het voorschot op uiterlijk 30 oktober 2020 moet er een definitieve aanvraag ingediend worden op uiterlijk 1 april 2021 voor de uiteindelijke vaststelling van deze subsidie. Ook al kan deze regeling veel financiële pijn niet wegnemen, ook hier is het goed om te weten dat de tegemoetkoming belastingvrij is.    

Voorkom onverwachte belastingtegenvallers

Een onverwacht hoge belastingaanslag is al gauw een reden om maagpijn van te krijgen. Vooral ondernemers en mensen van wie de financiële situatie opeens verandert, zoals bij een scheiding, kunnen hiermee te maken krijgen. Een belangrijke oorzaak is ook een sterk gedaalde hypotheekrente. Natuurlijk is een veel lagere hypotheekrente bij een nieuwe rentevaste periode erg prettig, maar de keerzijde is dat de belastingaftrek dan ook fors lager wordt. Zeker als je het voordeel van de aftrek hypotheekrente als voorschot ontvangt is dit iets om rekening mee te houden.

 Gelukkig is de groep mensen die bij de aangifte niets bij hoeven te betalen, iets terugkrijgen of een klein bedrag moeten betalen veruit in de meerderheid. Bij ondernemers is dit juist minder vanzelfsprekend. Doordat de voorlopige aanslag gebaseerd is op het inkomen van twee jaar geleden (meestal het laatst bekende jaar voor de belastingdienst) en omzet en winst nogal kunnen wisselen, loop je hier al snel achter de feiten aan.   Een aanrader voor ondernemers is ook om na het eerste halfjaar eens te kijken hoe de zaken gaan en of de belastingheffing daarop aansluit. Ondanks de coronacrisis zijn er genoeg bedrijven die goed draaien of zelfs een winstsprong maken. Als blijkt dat u op een hogere aanslag over het lopende jaar moet rekenen, kunt u kiezen om de voorlopige aanslag al dan niet te laten aanpassen. Zelfs al past u  de voorlopige aanslag niet aan, dan is er wel een reële verwachting en valt een latere aanslag niet rauw op het dak.  

Als u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en één of meerdere pensioenen komen tot uitkering, dan is het helemaal opletten. Doordat over de AOW geen loonbelasting wordt berekend en over pensioenen meestal alleen tegen de laagste tariefschijf belasting wordt ingehouden, moeten vooral de gepensioneerden met een  middeninkomen of hoger al gauw bijbetalen. In dit soort gevallen is bewustwording van de mogelijke bijbetaling en eventueel aanpassing van de voorlopige aanslag een goede actie. In elk geval kunnen voorlopige aanslagen eenvoudig worden aangepast door Mennink’s belastingadvies.    

Vrijgesteld van BTW, alleen maar voordelen?

De belastingdienst heeft met de BTW (de officiële term is Wet op de omzetbelasting 1968) een bijzonder grote inkomstenbron voor de overheid. Gelukkig zijn lang niet alle uitgaven belast met BTW, denk aan huur, (hypotheek)rente, zorg en vrijwel het gehele onderwijs. Daarnaast kunnen kleinere ondernemers met een omzet van maximaal € 20.000 ook vrijgesteld zijn van BTW.   

Voor ondernemers klinkt het aantrekkelijk om zonder BTW te kunnen leveren. Toch zit er een belangrijke beperking aan, want de BTW die aan deze ondernemers in rekening wordt gebracht kunnen zij niet terugvragen. Als u vooral personeelskosten maakt zoals meestal het geval is in zorg en onderwijs is dit nadeel niet zo groot. Maakt u daarentegen veel inkoopkosten en moet u investeringen doen, dan kan de niet verrekenbare BTW behoorlijk prijsopdrijvend werken. Ondernemers die vooral producten of diensten leveren tegen het lage BTW tarief en hun inkopen voor een belangrijk deel tegen het algemene tarief van 21% doen, zijn meestal niet gebaat bij een vrijstelling.    

Waar kleine ondernemers nog kunnen kiezen of zij gebruik maken van de Omzetgerelateerde Vrijstelling van Omzetbelasting, valt er voor de meeste andere ondernemers niets te kiezen. Of uw product of dienst is verplicht belast óf juist verplicht vrijgesteld. In enkele gevallen kunt u ervoor zorgen dat een belaste dienst toch vrijgesteld wordt. Dit kan bijvoorbeeld in de onderwijssector als u zorgt voor registratie bij het Centraal Register Kort Beroepsonderwijs.  

Tot slot nog een tip voor de aangifte BTW. Ondernemers die deze aangifte moeten doen en ook vrijgestelde producten of diensten leveren weten vaak niet waar ze deze omzet moeten vermelden. Het antwoord is dat vrijgestelde omzet helemaal niet voorkomt op het BTW-formulier en daar ook niet zichtbaar wordt. Dus invullen op de aangifte hoeft niet.    

Overdrachtsbelasting verlaagd en verhoogd 

Starters op de woningmarkt komen maar moeizaam aan een koophuis. Het kabinet wil hier iets aan doen door de overdrachtsbelasting voor koopstarters tot 35 jaar te verlagen van 2 naar 0%. Daarentegen betalen kopers van een woning die er niet zelf gaan wonen straks 8% overdrachtsbelasting.

 

 

  Hangendekeukensgroot.JPG

  Overdrachtsbelasting is ook een heffing om rekening mee te houden bij de aankoop van een woning. Op de foto de huizen met hangende keukens aan het Damsterdiep in Appingedam (Groningen)

 

Het is de vraag of de 2% korting die koopstarters krijgen niet uiteindelijk leidt tot hogere prijzen, omdat deze groep kopers nu iets meer kan bieden. Voor huurders wordt juist een prijsstijging verwacht, omdat beleggers en woningcorporaties de extra belasting geheel of gedeeltelijk in hogere huren verdisconteren. Doordat nu vier verschillende tarieven ontstaan (0, 2, 6 en 8%) worden ook de nodige uitvoeringsproblemen bij notarissen en de belastingdienst verwacht.  

Bij wijzigingen in tarieven ontstaat natuurlijk kans op voordeel. Zo is het aan te raden voor starters onder de 35 jaar die op korte termijn een huis willen kopen nog even te wachten met het zetten van de handtekening bij de notaris tot na 1 januari 2021. Hebt u een woning op het oog en gaat u er niet zelf wonen, maar bijvoorbeeld verhuren, dan kan de overdracht het beste plaatsvinden voor de jaarwisseling. Dan betaal je nog 2%, terwijl na de jaarwisseling opeens 8% overdrachtsbelasting is verschuldigd. 

De voorwaarden voor de vrijstelling voor starters moet nog verder uitgewerkt worden. De kans is aanwezig dat alleen de leeftijdseis van 35 jaar hard is, maar dat ook doorstromers onder deze grens van dit voordeel gebruik kunnen maken. Voorwaarde is dat u niet eerder een woning kocht waarbij het tarief van 0% geldt. Omdat de regeling nieuw is, heeft nog niemand hier een beroep op kunnen doen. Voor de uitvoering is belangrijk dat er bij de koopakte een verklaring van de koper komt waarin hij/zij verklaart in aanmerking te komen voor het nultarief.  

Vrijstelling box 3 (vermogensinkomsten) behoorlijk hoger

Inkomsten uit vermogen zijn sinds 2001 volgens een vast percentage belast. Het werkelijke rendement is hier niet de maatstaf. Spaarders en beleggers waren kort na invoering nog tevreden omdat de spaarrente een stuk hoger was dan de heffing in box 3. Inmiddels is de rente bijna nihil, terwijl de heffing zeker niet naar nul is gegaan. Het chagrijn onder de iets vermogender mensen is dan ook flink toegenomen.  

Gelukkig heeft niet iedereen met deze heffing te maken. Door de vrijstelling van € 30.846 aan vermogen per persoon betaalt maar een minderheid deze heffing. Om de onvrede tegen te gaan is eerder al besloten de eerste € 75.000 euro per persoon lager te belasten dan het vermogen boven deze grens. Vanaf 2021 is de verhoogde vrijstelling vastgesteld op € 50.000. Hierdoor hoeven naar schatting 1 miljoen van de huidige 3 miljoen belastingplichtigen geen belasting meer te betalen over hun vermogen in box 3. Keerzijde van deze maatregel is wel dat de eerste belaste schijf van box 3  korter is geworden van bijna € 73.000 naar € 50.000 en dat de veronderstelde belaste rendementen en de heffing daarover licht stijgen. Niet iedereen gaat er uiteindelijk op vooruit.  

Momenteel lopen de vermogensgrenzen in de huurtoeslag en het norminkomen dat het Centraal Administratiekantoor berekent voor verzorgingshuizen etc. nog mee met de vrijstelling in box 3. Het is nog niet helemaal duidelijk of de hogere vrijstelling in box 3 ook gaat gelden voor inkomensafhankelijke regelingen als de huurtoeslag. Dat zou soms tot aanzienlijke extra voordelen kunnen leiden.  

Grote belastingplannen worden doorgeschoven naar het volgende kabinet. Er wordt op het Ministerie van Financiën nagedacht over het belasten van de werkelijke rendementen in plaats van standaardrendementen voor iedereen. Banken zijn al jaren in staat de beleggingsrendementen van hun klanten door te geven. Moeilijker wordt het bij inkomen uit onroerend goed en beleggingen waarbij niet altijd een prijs te bepalen is. Een belangrijke vraag is dan ook of je elk jaar de waardestijging van bijvoorbeeld een vakantiehuis belast of dat je pas bij verkoop afrekent over de meerwaarde.  

Voorlopig blijft de heffing in box 3 met een forfaitair (vastgesteld) rendement nog enkele jaren actueel. De verhoogde vrijstelling is dan in elk geval een aardige tegemoetkoming. Overigens merkt u pas in 2022 de gevolgen van deze hogere vrijstelling. Bij de aangifte 2020 die u volgend jaar doet zijn de oude regels nog van toepassing.

Het sprookje van het tuinhuisje

Er was eens een tuinhuisje….. Al heel lang is gedeeltelijke verhuur van een woning een bekend fenomeen. In vroeger tijden waren kostgangers een vertrouwd verschijnsel en ook kamerverhuur aan studenten is in veel steden heel gewoon. Verhuur aan toeristen voor een zeer korte periode, zoals via platforms als AirBnB, is relatief nieuw en daarvoor was geen aparte voorziening in de belastingwet opgenomen. Wel is bepaald dat er een vrijstelling van € 5.506 is voor studenten die ingeschreven staan op uw woonadres. Daarnaast geldt de regel dat bij langdurige verhuur van de gehele eigen woning, bijvoorbeeld tijdens langer verblijf in het buitenland, u 70% van de inkomsten moet opgeven. U behoudt dan nog steeds recht op hypotheekrenteaftrek.    

Zoals vaker bij nieuwe situaties staat niet direct vast wat je nu op moet geven aan inkomsten of aftrekposten bij de aangifte inkomstenbelasting. Meestal duurt het niet lang of de zaak belandt bij de belastingrechter. De rechtbank Noord-Holland en later het Hof Amsterdam konden zich vinden in de uitleg van de betreffende burger en bepaalden dat bij tijdelijke verhuur van een deel van de woning er geen inkomstenbelasting betaald hoefde te worden. Natuurlijk werden deze uitspraken bij het Ministerie van Financiën minder feestelijk ontvangen. De staatssecretaris heeft de zaak voorgelegd aan de hoogste instantie: de Hoge Raad. Dit college heeft uiteindelijk besloten dat ook bij verhuur van een deel van de woning, of een opstal zoals een tuinhuisje, de basisregel is dat de verhuur belast is voor 70% van het saldo van inkomsten minus uitgaven. Er is nu wel duidelijkheid geschapen, maar het sprookje van onbelaste inkomsten uit tijdelijke verhuur is nu wel voorbij