Mennink's Belastingadvies

  Euro
 
 

 

Hoge Raad verwerpt wijze van heffing box 3

 Alle dagbladen schreven erover; de Hoge Raad, onze hoogste rechter, heeft een belangrijk onderdeel van de inkomstenbelasting afgekeurd. Bij de invoering van het huidige belastingstelsel in 2001 werd voor vermogensinkomsten een vast bedrag aan rendement verondersteld van 4%. Gecombineerd met het tarief van 30% bedroeg de effectieve belastingdruk 1,2% van je vermogen boven de vrijstellingen. Dit was geregeld in een aparte box 3. 

Voor 2001 betaalde je belasting over rente en dividenden en andere vermogensinkomsten zoals huur. Dit stelsel was achterhaald en makkelijk te ontgaan. Zo waren er allerlei financiële producten die geen rente of dividend uitkeerden, maar rendementen gaven in de vorm van onbelaste koersstijgingen. Bij de invoering van dit vaste (forfaitaire) rendement was bijna iedereen tevreden, want een rendement van 4% was voor vrijwel iedereen haalbaar en als je een goed beleggingsjaar had, was de belastingdruk afgezet tegen de koerswinsten minimaal.

 Na verloop van tijd daalde de rente gestaag en spectaculair naar het nulpunt. Voor mensen die hun geld alleen of vooral op een spaarrekening hadden staan werd de heffing in box 3 steeds pijnlijker. Terwijl de bankrekeningen bijna niets meer opbrachten moest nog wel belasting worden betaald naar een veel hoger vastgesteld rendement. Het duurde dan ook niet lang of tal van mensen legden hun grieven aan de belastingrechter voor. Na verloop van tijd gaven de belastingrechters deze klagers gelijk, maar vonden dat de politiek de wet moest veranderen. Alleen in gevallen waarin de belasting in geen verhouding stond tot de persoonlijke financiële situatie werd een tegemoetkoming gegeven.

 

 huisjeswebgroot.jpg

 Voor veel spaarders is de uitspraak goed nieuws, maar wellicht niet voor iedereen, zoals woningbeleggers.  Op de foto een historisch straatje in Wells, Engeland. 

  Ondanks een aantal uitspraken van verschillende belastingrechters veranderde er weinig. Wel werd de vrijstelling verhoogd naar € 50.000 per persoon in 2021 en werd een schijvenstelsel ingevoerd waarin mensen met een beperkt vermogen minder zwaar werden aangeslagen, maar nog steeds was box 3 gebaseerd op veronderstelde rendementen die vaak niet werden gehaald. 

Op 24 december 2021 is de Hoge Raad ‘omgegaan’ en heeft geoordeeld in een geval van iemand die alleen spaargeld had dat de heffing in box 3 niet in stand kon blijven. Hiervan kunnen belastingplichtige profiteren die over de aanslag van 2018 of 2019 bezwaar hadden aangetekend. Mensen die dat niet hebben gedaan en waarvan de aanslag al langer dan zes weken definitief is vastgesteld kunnen hier helaas geen gebruik van maken. Voor aanslagen die nog niet definitief zijn uit 2018 of later kan nog wel bezwaar worden aangetekend. 

In de uitspraak van de Hoge Raad ging het om iemand die alleen spaargeld had. Voor mensen die daarnaast (omvangrijke) beleggingen hebben, tweede huizen of andere bezittingen ligt herstel minder voor de hand, zeker omdat de beleggingsrendementen de afgelopen jaren goed waren en de belastingheffing daarbij niet onevenredig is. Zoals zo vaak bij belastingheffing draait het ook om de feiten en omstandigheden van het geval. 

De nieuwe regering moet nu haast maken met een stelsel waarbij beter wordt aangesloten op de reëel behaalde rendementen. Voor banksaldi en beleggingen is die informatie al voorhanden. Lastiger ligt het bij onroerende bezittingen, maar ook hiervoor zijn mogelijkheden bedacht waarbij beter aangesloten wordt op de gerealiseerde rendementen.